Europese wetgeving

Europese richtlijn voor projecten (m.e.r.-richtlijn)

Europese richtlijn voor milieubeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten (2011/92/EU, codificatie van de richtlijnen 85/337/EEG, 97/11/EG, 2003/35/EG en 2009/31/EG).

 

Wijzigingsvoorstel gepubliceerd
Op 26 oktober 2012 publiceerde de Europese Commissie een voorstel tot wijziging van de m.e.r.-richtlijn. De wijziging moet de kwaliteit van m.e.r. verbeteren, de procedurestappen stroomlijnen en samenhang met overige wetgeving versterken.


De belangrijkste wijzigingen zijn:

  • De scope van m.e.r. wordt uitgebreid met nieuwe milieuaspecten als klimaatverandering en biodiversiteit.
  • Het voorstel verplicht om een gecoördineerde of geïntegreerde procedure voor te schrijven voor projecten waarvoor naast m.e.r. ook een milieutoets op grond van andere Europese richtlijnen moet worden gedaan.
  • De procedure van m.e.r.-beoordeling wordt nader gespecificeerd.
  • Het bevoegd gezag wordt verplicht om steeds de reikwijdte en het detailniveau van een MER te bepalen.
  • De kwaliteit van ieder MER moet worden gewaarborgd door erkende deskundigen en/of een comité van nationale deskundigen.
  • Het voorstel verduidelijkt dat alternatievenonderzoek en  vergelijking verplicht onderdeel zijn van een MER.
  • Het voorstel verplicht om monitoringsmaatregelen op te nemen in de vergunning voor projecten die aanzienlijke nadelige milieugevolgen kunnen hebben.

Het Europees Parlement en de Europese raad van ministers kunnen het voorstel nog wijzigen. Na publicatie van een voorstel duurt het ongeveer twee jaar voor het in werking treedt.
 

Europese richtlijn voor plannen en programma's (SMB-richtlijn)

Europese Richtlijn voor plannen en programma's (SMB-richtlijn) is op 28 september 2006 in de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd.

Guidances

De Europese Commissie heeft enkele handleidingen ('guidances') uitgebracht voor de interpretatie van de Europese richtlijnen. De belangrijkste zijn:

Deze handleidingen hebben niet de status van regelgeving. In de handleidingen geeft de Europese Commissie helderheid hoe de richtlijnen moeten worden gelezen. Wel geeft ze daarbij aan dat de uiteindelijke interpretatie van het Unierecht bij het Europese Hof van Justitie ligt. Het Hof van Justitie verwijst voor de interpretatie van richtlijnen echter geregeld naar handleidingen. Geheel vrijblijvend zijn deze handleidingen dus niet.

Ook de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State hecht waarde aan de guidances bij gebrek aan duidelijkheid over een begrip of uitleg van een inhoudsvereiste voor een MER:

  • ABRvS 27 juli 2011, zaaknr. 201007705/1/M2 verwijst voor de uitleg van het begrip intensieve veeteelt naar de Interpretation of project categories in the EIA Directive.
  • ABRvS 8 februari 2012, zaaknr. 201100875/1/R2 verwijst naar de Nederlandse versie van de Commission's Guidance on the implementation of Directive 2001/42/EC on the assessment of the effects of certain plans and programmes on the environment.
    De Afdeling bestuursrechtspraak geeft aan dat deze is bedoeld om de lidstaten een handleiding te verschaffen om te garanderen dat de SMB-richtlijn zo consistent mogelijk wordt geïmplementeerd en toegepast - als aanknopingspunt voor de uitleg van het begrip 'redelijk alternatief'. Zo bevestigt de Handleiding het bepaalde in artikel 5, eerste lid, van de SMB-richtlijn dat wanneer een beslissing wordt genomen over mogelijke redelijke alternatieven allereerst moet worden gekeken naar de doelstellingen en de geografische reikwijdte van het plan of programma. Ook staat in de Handleiding dat de gekozen alternatieven realistisch moeten zijn.