Vrijwillig advies

Vrijwillige adviezen kunnen gaan over:

  • Reikwijdte en detailniveau in de beperkte en de uitgebreide procedure
  • Tussentijdse toetsing in een gefaseerde aanpak van de m.e.r.
  • Toetsingsadvies over project-MER in de beperkte procedure
  • Aanvullingen
  • Second opinions over m.e.r.-beoordelingen

 

Wat kost een vrijwillig advies?

Sinds juli 2010 vraagt het ministerie van IenM een bijdrage aan het bevoegd gezag voor een vrijwillig advies van de Commissie. Vanaf 1 juli 2012 gelden de volgende tarieven:

 

Basistarief = € 10.000,- per advies
Voor vrijwillige R&D- en toetsingsadviezen geldt een basistarief van € 10.000 per advies. Voor een beperkt aantal projecten geldt een afwijkend tarief.


Afwijkende tarieven
-
Laag tarief = € 5.000,- per advies
Voor een aantal minder complexe activiteiten geldt een laag tarief:

  • Project-m.e.r. (inclusief bijbehorend plan-m.e.r. voor bestemmingsplanwijziging)  voor veehouderij projecten (C14, D14)
  • Project-m.e.r. voor dijkversterking (D3.2), zolang het alleen technische maatregelen betreft
  • Project-m.e.r voor gas/oliewinning op zee (C17.2)
  • Project–m.e.r. voor spits- en bufferstroken (C1.3)
  • Second opinion bij m.e.r.-beoordeling

 

- Hoog tarief = € 24.000,- per advies
Voor een aantal complexe (rijks-)plannen en projecten geldt een hoog tarief:

  • Plan-m.e.r bij (MIRT)-verkenningen voor rijksinfrastructuur (incl. spoor- en vaarwegen) (C/D 1,2,3)
  • Plan-m.e.r. bij rijksstructuurvisies, bijvoorbeeld voor havenontwikkelingen (C/D4), luchthavenontwikkelingen (C/D6), windenergie (D22.2), hoogspanningsverbindingen (C/D24)
  • Plan/project-m.e.r. bij rijkscoördinatieprojecten voor bijvoorbeeld energiecentrales, windparken en hoogspanningsverbindingen (C/D 22/23/24)

Als in één m.e.r.-procedure twee keer vrijwillig advies is gevraagd, geldt voor beide adviezen samen 160% van het reguliere tarief, in plaats van twee maal het volledige reguliere tarief.

Voor de toetsing van aanvullende informatie geldt een tarief van € 3500.


Overige adviezen

De Commissie adviseert op verzoek incidenteel buiten reguliere m.e.r.-trajecten om over de kwaliteit van (milieu)informatie. Over de tariefstelling en de betaling hiervoor wordt per geval op voordracht van de Commissie door het ministerie van IenM specifieke afspraken gemaakt met de aanvrager.


Hoe vraag ik advies?

1. Aanvraag
De Commissie ontvangt de adviesaanvraag graag minimaal 3 weken voorafgaand aan de terinzagelegging per mail (mer@eia.nl) met informatie over:

  • titel van het project
  • type advies
  • verwachte datum van terinzagelegging
  • gegevens van het bevoegd gezag

Bij intake van de adviesaanvraag geeft de Commissie telefonisch aan welk tarief van toepassing is. Per (digitale) brief ontvangt u:

  • een bevestiging van de aanvraag
  • het tarief dat van toepassing is
  • informatie over de procedure en wijze van betalen aan het ministerie van IenM

Deze (digitale) brief dient tevens als factuur.
Het bedrag moet door het bevoegd gezag worden overgemaakt, niet door de initiatiefnemer. De Commissie start nadat zij van IenM bericht heeft ontvangen dat het bedrag is overgemaakt. Houdt u daarbij met uw planning rekening.


2. Adviestermijnen
Een vrijwillig advies kent geen verplichte termijnen. De termijn wordt in overleg tussen bevoegd gezag en de Commissie vastgesteld. De projectplanning van het bevoegd gezag, het eventueel meenemen van zienswijzen en de beschikbare capaciteit bij de Commissie zijn factoren die hierbij een rol spelen.
De Commissie streeft ernaar om binnen dezelfde termijn te adviseren als bij een verplicht advies. Dit betekent een adviestermijn van 6 à 9 weken.


3. Voor de start van de adviestermijn dient de Commissie te beschikken over:

  • De formele adviesaanvraag in de vorm van een brief ondertekend door (of namens) het bevoegd gezag.
  • Voldoende exemplaren van de notitie R&D of MER en overige relevante stukken.
  • De melding van het ministerie van IenM dat de betaling ontvangen is.

 

Aanleveren van stukken
Bij de start van de adviesprocedure ontvangt de Commissie alle relevante stukken graag digitaal. Dit mag ook een link zijn.
In overleg wordt bepaald hoeveel papieren exemplaren van basisstukken (startnotitie, hoofdrapport MER) nodig zijn. De bibliotheek van de Commissie ontvangt in ieder geval graag één papieren exemplaar van de:

  • basisstukken
  • vergunningaanvraag of het ontwerpplan
  • achtergrondrapporten, bijvoorbeeld bijlagen bij het MER.
     

De stukken waarover de Commissie adviseert zijn openbaar of worden zo snel mogelijk, voordat het advies is uitgebracht, openbaar gemaakt. Ook het advies van de Commissie is openbaar.

 

Advies over een aanvulling op een MER

Als bij toetsing van het MER de Commissie constateert dat er essentiële informatie voor het te nemen besluit ontbreekt, stuurt zij het bevoegd gezag een voorlopig advies. Er zijn dan twee mogelijkheden:

  • De Commissie brengt dit advies binnen de termijn uit.
  • Het bevoegd gezag vraagt de Commissie de advisering op te schorten om de initiatiefnemer de gelegenheid te geven het MER aan te vullen. De Commissie schort de advisering voor een periode van ongeveer 6 weken op. Om de transparantie te waarborgen, plaatst de Commissie het voorlopige advies op haar website. Als de aanvulling na de afgesproken periode er niet is, brengt de Commissie het advies alsnog uit.
    Wordt het MER aangevuld, dan zal de Commissie de aanvulling publiceren op haar website als het advies daarover wordt uitgebracht.

Een advies over een aanvulling is wettelijk niet verplicht en wordt gezien als een vrijwillig advies. Het betekent dat hier kosten aan zijn verbonden. Per m.e.r.-procedure toetst de Commissie maximaal één aanvulling.
 

Is een vrijwillig advies zinvol?

Een R&D-advies:

  • Biedt houvast voor de inhoud van het MER. Het voorkomt dat belangrijke zaken buiten beschouwing blijven. Tegelijkertijd voorkomt het dat het onderzoek te ver voert.
  • Maakt vooraf duidelijk op welke punten de Commissie het MER zal toetsen.
  • Verschaft informatie over relevante ontwikkelingen op wetenschappelijk en juridisch gebied.
  • Is gebaseerd op jarenlange ervaring van de Commissie met vergelijkbare m.e.r.-procedures.
  • Wordt opgesteld door een op het project toegespitste werkgroep van deskundigen met relevante expertise.

 

Een R&D- of toetsingsadvies in de beperkte m.e.r.-procedure:

  • Is zinvol als sprake is van maatschappelijke weerstand.
  • Vergroot de waarde van het rapport als onderbouwing van het voornemen.
  • Verkleint de juridische risico's voor het besluit.

Overheden zijn niet verplicht om de zienswijzen over het MER mee te laten nemen in het advies. Bij omstreden projecten kan dit wel nuttig zijn. Lokale informatie van betrokkenen en aangedragen alternatieven krijgen zo een objectieve en onafhankelijke beoordeling.