Veelgestelde vragen

1. Bepaalt de Commissie of een project doorgaat? 

Nee. De Commissie zegt niets over de wenselijkheid van een activiteit of een te kiezen alternatief. De Commissie adviseert over de inhoud van een MER. Zij kan aangeven:

  • Wat er voor het MER onderzocht moet worden en
  • of de informatie in het MER juist en volledig is.

Het bevoegd gezag kan op basis van het MER het milieu volwaardig meewegen bij de besluitvorming over het project.

2. Voert de Commissie het onderzoek uit?

Nee. De Commissie beoordeelt het onderzoek dat de initiatiefnemer heeft uitgevoerd of heeft laten uitvoeren.

3. Wat doet de Commissie met essentiële tekortkomingen?

De Commissie weegt altijd de zwaarte van eventuele tekortkomingen. Als zij bij de toetsing van het MER constateert dat er essentiële informatie voor het te nemen besluit ontbreekt, stuurt zij het bevoegd gezag een voorlopig advies met deze conclusie. Er zijn dan twee mogelijkheden:

  • De Commissie brengt dit advies uit.
  • Het bevoegd gezag vraagt de Commissie de advisering op te schorten om de initiatiefnemer de gelegenheid te geven het MER aan te vullen. De Commissie schort de advisering voor een beperkte periode, ca. 6 weken, op. Om de transparantie te waarborgen, plaatst de Commissie het voorlopige advies op haar website. Als de aanvulling na de afgesproken periode niet aangeleverd is, brengt de Commissie het advies alsnog uit.

Aanvullingen en de beoordeling daarvan zijn niet wettelijk verplicht. Een advies over de kwaliteit van een aanvulling wordt gezien als een vrijwillig advies. Hiervoor geldt een bijdrage van € 3.500,- aan het ministerie van IenM. Net als bij de andere vrijwillige adviseringen start de Commissie de toetsing van een aanvulling zodra zij bericht heeft gekregen dat de betaling door IenM is ontvangen.

4. Kan iedereen de Commissie om advies vragen?

Nee, alleen het bevoegd gezag kan de Commissie om officiële adviezen vragen. Het gaat dan om:

Vragen over het m.e.r.-proces en praktijkervaringen kan iedereen wel stellen aan de Commissie. Vragen over de m.e.r.-plicht beantwoordt InfoMil.


5. Welke en hoeveel stukken heeft de Commissie nodig in de  adviesprocedure? 

Bij de start van de adviesprocedure ontvangt de Commissie alle relevante stukken graag digitaal. Dit mag ook via een link zijn.

In overleg wordt bepaald hoeveel papieren exemplaren van de basisstukken (startnotitie, hoofdrapport MER) voor de advisering nodig zijn. De bibliotheek van de Commissie ontvangt in ieder geval graag één papieren exemplaar van de:

  • basisstukken
  • vergunningaanvraag of het ontwerpplan
  • de bij de advisering te betrekken achtergrondrapporten, bijvoorbeeld bijlagen bij het MER.

6. Wat doet de Commissie met zienswijzen?

Als het MER gepubliceerd is, is er de mogelijkheid om zienswijzen op het MER in te dienen. Ook in de voorfase bestaat die mogelijkheid. In de uitgebreide procedure is dit verplicht.
Opmerkingen over de inhoud en kwaliteit van het MER weegt de Commissie mee in haar advies. De Commissie beantwoordt de zienswijzen niet, dit is de taak van het bevoegd gezag.

7. Welk adviesbureau moet ik inschakelen?

Een initiatiefnemer is niet verplicht een adviesbureau in te schakelen. Het is wel verstandig om te doen, zeker bij complexe projecten. De Commissie adviseert niet over de vraag welk bureau dat moet zijn. In het tijdschrift Toets staan bureaus vermeld die ervaring hebben met m.e.r. 

8. Is een informatieavond organiseren verplicht?

Nee. Er zijn enkele participatiemomenten wettelijk verplicht:

  • In de uitgebreide procedure moet het bevoegd gezag in de voorfase de gelegenheid geven voor zienswijzen over reikwijdte en detailniveau. 
  • In de uitgebreide en de beperkte procedure moet het bevoegd gezag de gelegenheid bieden om zienswijzen op het MER in te dienen.

Het kan nuttig zijn om meer uitgebreide participatie mogelijk te maken. Lees hierover de factsheet Publieksparticipatie.

9. Kunnen voor dezelfde activiteit meerdere m.e.r.-plichten bestaan?

Ja. In Kolom 3 van de C- en D-lijst uit het Besluit m.e.r. staan alle aan de realisering van de activiteit voorafgaande plannen. Meerdere (opeenvolgende) plannen (voor dezelfde activiteit) kunnen dus plan-m.e.r.-plichtig zijn. Na de planvorming volgt een besluit om de activiteit te realiseren. Als dit besluit is opgenomen in kolom 4 van de C- of D-lijst van het Besluit m.e.r. geldt een project-m.e.r.-(beoordelings)plicht.
Bijvoorbeeld:

  • In een structuurvisie wordt een gebied aangewezen voor zware industrie (plan-m.e.r. plicht, dus uitgebreide procedure).
  • In het bestemmingsplan wordt dit bedrijventerrein vastgelegd (plan-m.e.r.-plicht, dus uitgebreide procedure).
  • Voor het daadwerkelijk vestigen van zware industrie is onder andere een omgevingsvergunning nodig, waarvoor een project-m.e.r.-plicht geldt. Afhankelijk van de omstandigheden geldt hiervoor de beperkte of de uitgebreide procedure. 

Het is de bedoeling dat gebruik wordt gemaakt van eerder opgestelde MER'en. Bij ieder plan moet wel aan de procedurele aspecten van de m.e.r. worden voldaan.
Iets anders is het als verschillende plan-m.e.r.-plichtige plannen voor dezelfde of samenhangende activiteiten (min of meer) tegelijk in procedure worden gebracht. Hiervoor kent de Wm artikel 14.4c. Dan kan volstaan worden met het maken van één MER. In de praktijk komt dit niet veel voor omdat de plannen vaak door verschillende bestuursorganen worden vastgesteld.

10. Kunnen plan-m.e.r. en project-m.e.r. gecombineerd worden?

Als voor een activiteit gelijktijdig zowel een m.e.r.-plichtig plan als een m.e.r.-plichtig besluit wordt voorbereid, kan één MER worden gemaakt (art. 14.4b Wm). Hiervoor moet de uitgebreide procedure worden doorlopen.
Dit geldt overigens alleen als het plan uitsluitend wordt voorbereid vanwege de inpassing van die activiteit in dat plan.
Bijvoorbeeld:
Voor een stortplaats wordt een Wm-vergunning voorbereid. Tegelijkertijd wordt een bestemmingsplan gemaakt waarin de stortplaatslocatie wordt bestemd. Dan kan dus worden volstaan met het maken van één gecombineerd plan-/project-MER.

11. Geen project-m.e.r. nodig, toch een plan-m.e.r?

Een plan is plan-m.e.r.-plichtig als het kaderstellend is voor een m.e.r.-(beoordelings)plichtige activiteit. En los hiervan ook als voor het plan een Passende beoordeling moet worden opgesteld.

Als een plan kaders stelt voor een m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteit is nog niet zeker dat voor die activiteit ooit ook echt een (project)-MER wordt opgesteld. Het bevoegd gezag kan immers bepalen dat dit niet nodig is. Soms is het bevoegd gezag al op voorhand van mening dat een project-m.e.r. voor de activiteit niet nodig is. Het plan, dat kaderstellend is voor de activiteit is dan mogelijk tòch plan-m.e.r.-plichtig.

12. Is bezwaar en beroep mogelijk in verband met m.e.r?

Er bestaat geen eigenstandige bezwaar- of beroepmogelijkheid bij m.e.r. In bezwaar of beroep tegen het moederbesluit kan wel worden aangevoerd dat bijvoorbeeld ten onrechte geen m.e.r.-procedure is doorlopen of dat het MER niet aan de wettelijke inhoudseisen voldoet.

13. Wat is m.e.r.-beoordeling en hoe werkt het?

Voor sommige activiteiten is het altijd verplicht om een m.e.r. uit te voeren. Voor veel ook niet. Het bevoegd gezag moet zelf bepalen of een MER moet worden opgesteld. Dit heet m.e.r. beoordeling. Het besluit van het bevoegd gezag heet het m.e.r.-beoordelingsbesluit.

De factsheet M.e.r.-beoordeling beschrijft welke projecten dit betreft en wat het bevoegd gezag dan moet doen. Een m.e.r.-beoordelingsplicht werkt door in de verplichting om een plan-MER op te stellen voor een bovenliggend plan. 

14. Wie of wat zijn 'wettelijk adviseurs' bij m.e.r.?

Volgens de Wet milieubeheer kan het bevoegd gezag verschillende instanties om advies vragen bij de m.e.r.-procedure. Soms is dat verplicht en soms kan het bevoegd gezag er zelf voor kiezen. De Commissie is één van deze wettelijk adviseurs.